 |
|
 |

Zichzelf - Karakter
"Jezelf, wie is dat? Je hebt zoveel lagen in je, zoveel afsplitsingen, zoveel zelven, dat je nooit weet: welke zal ik vandaag eens kiezen?"
[Interview in: Vrij Nederland 2 november 1985] |
| |
"Het is prettig om geprezen te worden, maar ik ben zelf zo kritisch op mijn eigen werk. Voor die verzamelbundels hebben Reinold Kuipers en Tine van Buul me alle gedichten en versjes voorgelezen en dan zou ik ze allemaal willen doorschrappen en opnieuw schrijven. Je probeert altijd iets te doen wat je net niet bereikt. En wanneer ik het terugzie weet ik dat ik het niet bereikt heb, omdat ik me nog zo precies herinner wat ik wilde. Ik ben nooit tevreden. Zo is dat."
[Interview in: Het Parool 27 september 1988] |
| |
"Niemand is ooit zeker en ik ben altijd een van de onzekerste mensen geweest die je je in kunt denken, dus ze hoeven maar boe tegen me te roepen en ik schrijf nooit meer wat, bij wijze van spreken. Maar die onzekerheid hoort wel bij het schrijverschap."
"Mijn theaterschrijven heeft te maken met dat verschrikkelijk graag net zo willen zijn als ieder ander - ik wil net zo kijken, voelen, proeven als Truus die naast me woont. Daar kan ik goed mee praten, arbeidersvrouwen, vrouwen uit de middenklasse, dat zijn allerlei soorten buurvrouwen van me, hè. Bij een try-out ga ik ook altijd achterin de zaal zitten om te ondergaan hoe het overkomt op de mensen naast me, want dat zijn allemaal Truusjes en Annies. Lieve mensen, denk ik dan, ik hou van jullie."
"Ik ben heel pessimistisch. Ik denk altijd: het zal wel fout gaan. Het is bedonderd. De hele wereld is even rot."
[Interview in: Vrij Nederland 21 december 1968] |
| |
"De werkelijkheid ligt me niet. Kinderen blijken het ook niet zo leuk te vinden en daar hebben ze groot gelijk in. Boeken als 'Pluk' en 'Otje' spelen ook wel in deze tijd met een flatgebouw in 'Pluk' en Otje die in een auto met haar vader rondreist, maar alles is betoverd."
"Ik heb nooit zo erg in de realiteit geleefd. Het belangrijkste in mijn leven is altijd dromen en fantaseren geweest. Bezig zijn met een liedje, een versje, een stukje of een boekje. 'Ze zit weer in een wolk'. Dat is waar, ik zat altijd in een wolk."
[Interview in: NRC Handelsblad 4 augustus 1984] |
| |
"Ja, ik ben ontzettend vaag. Ik hul me in een wolk als ik iets niet wil zeggen."
[Interview in: Vrij Nederland 21 december 1968] |
| |
"Ik heb in de oorlog Freud zitten lezen. En ik ben voor psychotherapie bij een psychiater geweest, dat heeft m'n interesse mee opgewekt. Vlak na de oorlog. M'n avonturen die schipbreuk leden. Ik moest geholpen worden, genezen van vreemde dwangvoorstellingen. Met m'n werk en liefde is het veel beter gegaan daarna. Het was gewoon praten, ik heb nooit op een divan gelegen. Maar heel goed. Ik herinner me dat ik die man es heb voorgelogen, ik maak altijd fantasieverhalen, toch keek hij er doorheen."
[Interview in: Vrij Nederland 21 december 1968] |
| |
"Met kinderlijk zijn bedoel ik in ieder geval niet iets infantiels. Ik denk dan meer aan het vermogen plezier te hebben in de dingen, ergens te kunnen geloven in een sprookjeswereld."
[Interview in: HN Magazine 23 maart 1985] |
| |
"Ik ben ontzettend driftig. Ik schrijf nu een kinderverhaal voor de Margriet. Ik ben al een heel end en opeens dacht ik, 'god, ik ben het zelf'. Het is over een Spijtebijt, een kind dat bijt en dan spijt heeft. Zo ben ikzelf, ik kan snauwen, kwetsend zijn, van woede ga ik schreeuwen, lelijke dingen zeggen, in het theater ook. En thuis ga ik opbellen, briefjes schrijven."
[Interview in: Vrij Nederland 21 december 1968] |
| |
"Ik ben een heel emotioneel mens, een driftig mens, met kwaaie ogenblikken en ruzies, nou, enorm hoor, maar ik wil wel altijd genuanceerd over problemen praten en denken. En steeds maar blijven twijfelen, hè, tussen het één en het ander, dat gaat niet meer over, het wordt juist misschien wel sterker, ik blijf een twijfelaar, gelukkig maar, want het leven is een kwestie van keuzes, de ene na de andere."
[Interview in: Haagsche Courant 14 februari 1981] |
| |
"Het werk wordt steeds minder zoet en aardig. Dat geloof ik wel. Het lag aan de opdrachtgevers. Vroeger had ik steeds het idee van: dit is voor kinderen,voor de Libelle of de Margriet, voor het amusement, voor cabaret - dat nog best aardig was in die tijd. Nu heb ik veel meer 't besef: het kan me niks schelen wat ze ervan vinden, ik doe gewoon wat ik zelf wil. Ik heb me in het verleden veel te veel laten leiden. Altijd bang om mensen te kwetsen, dat ben ik altijd geweest."
"Ik ben eigenlijk links, maar ik kan heel rechts zijn. Dubbel ja; dat ben ik in heel veel dingen. Niet zo'n slechte eigenschap, vind ik. En te verkiezen boven hypocrisie.”
"Ik relativeer altijd, en ik twijfel altijd en dat vind ik wel een gemis, en ook een beetje laf misschien, maar ik kan niet anders.”
[Interview in: Het parool 15 oktober 1971] |
| |
“Soms denk ik wel eens: ik ben te braaf, ik ben te vijftiger jaren. Dat bleek weer bij 'We hebben samen een paard' toen ik zo'n vreselijk verlangen had om dat echtpaar weer bij mekaar te brengen omdat ze toch van mekaar houden en 20 jaar getrouwd zijn."
[Interview in: Het parool 26 mei 1995] |
| |
"Jezelf, wie is dat? Je hebt zoveel lagen in je, zoveel afsplitsingen, zoveel zelven, dat je nooit weet: welke zal ik vandaag eens kiezen?"
[Interview in: Vrij Nederland 2 november 1985] |
| |
"Je hebt eigenlijk niet het recht om lekker in je hoekje te zitten en dan ook nog lekkere dingen te doen. Ook als je een boek schrijft of een musical dan zou je er altijd iets in moeten doen om die goeie zaak te helpen, waarvan ik voel dat die er is, maar die ik niet duidelijk voor me zie, hoe ik ook kijk, en die ik dus ook niet duidelijk kan beschrijven. Nou ja, misschien heb ik iets voor kinderen gedaan."
"Aan mijn werk merk je natuurlijk wel dat ik in wezen niet zo vrolijk ben; er zit veel pessimisme en machteloosheid in, maar tegelijkertijd toch ook dingen van: laten we een beetje aardig zijn voor mekaar en voor de diertjes en de plantjes en laten we van kindertjes houden - altijd weer zit er iets in van: leer een beetje tederheid van elkaar, dat vind ik vreselijk belangrijk. Alleen, er hoeft geen Jezus Christus achter te staan."
[Interview in: Haagsche Courant 14 februari 1981] |
| |
|
|