 |
|
 |

Werken - Prijzen
"Ze kunnen je in goud zetten, alle prijzen geven, je wordt er alleen maar onzekerder door."
[Interview in: Vrij Nederland 21 december 1968] |
| |
"Prijzen zijn een betrekkelijk iets, hoor. Zo langzamerhand geeft de ene helft van de mensheid een prijs aan de andere helft."
[Interview in: NRC Handelsblad 14 oktober 1988] |
| |
"Veel leuker dan medailles is wanneer ik op een boekenmarkt signeer en die drie generaties voorbij zie gaan. Dan komen er mevrouwen van zestig met kinderen van vijfendertig en die hebben weer kleinen aan de hand. Dat die versjes dus al dertig, veertig of weet ik hoeveel jaar leven. En dat mensen mij gaan souffleren als ik 'De Spin Sebastiaan' voorlees. Dat vind ik prachtig."
[Interview in: NRC Handelsblad 14 oktober 1988] |
| |
"De Staatsprijs voor het Kinderboek (1964, red.), die noemde ik indertijd de 'P.C. Kinderhooftjesprijs'. Je ontving precies de helft van het geld, dat de winnaar van de 'volwassen' P.C. Hooft-prijs kreeg. Een maal in de tien jaar zo'n prijs, dat is voldoende."
[Interview in: Margriet 9 oktober 1981] |
| |
"Toen het telegram van de Oostenrijkse regering kwam voor de in het Duits vertaalde 'Wiplala' dacht ik: dat is een practical joke van Wim Bijmoer."
|
[Interview in: Vrij Nederland 21 december 1968]
Annie schonk de prijs aan het Simon
Wiesenthal-fonds
|
| |
"Een van leukste dingen tijdens de uitreiking van de Hans Christian Andersenprijs was de lunch met Astrid Lindgren. Natuurlijk ken ik haar boeken, maar ik wist niet dat zij de mijne ook gelezen had. Toen ze zei: 'Annie I love you so much, where have you been all my life', kreeg ik tranen in mijn ogen. Het was de eerste keer dat we elkaar ontmoetten, maar er was direct een geweldig contact, over de slechte ogen en het beroemd zijn. We deelden samen een taartje. Alsof we zusters waren."
[Interview in: NRC Handelsblad 14 oktober 1988] |
| |
|
|