home Annie's werk
u bent hier Winkel
Webwijzer
Huiskamerannie's werk

 
   Jeugd
   Ouder worden
   Dood

Het leven - Ouder worden

"Dat vind ik een grote verworvenheid van de ouderdom, dat je veel minder een blad voor de mond neemt; dat je makkelijker dan vroeger zegt: 'ik bedoel het zo niet' of 'ik had het anders gewild'."

[Interview in: Libelle Nr. 24/ 7 juni 1991]
 

"Ik geloof dat voor vrouwen geldt, dat als je jong bent het niet zo gemakkelijk is met mannen echt bevriend te zijn zonder dat daar verliefdheid bij komt. Wel met homo's natuurlijk. Maar tot, zeg maar je 45ste, komt er ook iets van spanning bij kijken. Het geweldige voordeel van oud zijn is dat je dat niet meer hebt. Ik heb tegenwoordig ook veel meer vrienden dan vriendinnen. Mannen van zo tegen de 60. Waar ik ook iets moederlijks bij heb: zo van ‘jongen, doe je wel een wollen das om, het is koud buiten hoor’.“

[Interview in: Het parool 1 oktober 1992]
 

"Ik schrijf langzamer dan vroeger. En het is niet meer zo vreselijk nodig. Vroeger deed ik het voor de centen en ook voor het succes - en die twee dingen kunnen me nu geen ene reet meer schelen. Ik hoef niet meer zo ontzettend hard, het is nu wel welletjes geweest."


[Interview in: Haagse Post 22 september 1979]

Zie ook: Werken/Schrijven

 

"Het werk wordt steeds minder zoet en aardig. Dat geloof ik wel. Het lag aan de opdrachtgevers. Vroeger had ik steeds het idee van: dit is voor kinderen,voor de Libelle of de Margriet, voor het amusement, voor cabaret - dat nog best aardig was in die tijd. Nu heb ik veel meer 't besef: het kan me niks schelen wat ze ervan vinden, ik doe gewoon wat ik zelf wil. Ik heb me in het verleden veel te veel laten leiden. Altijd bang om mensen te kwetsen, dat ben ik altijd geweest."


[Interview in: Haagse Post 22 september 1979]

Zie ook: Werken/Schrijven

 

"Als je zo boven de zestig komt, krijgen alle vrienden van je leeftijd kwalen, die komen in ziekenhuizen terecht en dan gaan de gesprekken zo van:'hoe is 't met je been? Hè. Dan kom je langzamerhand in dat moeras terecht van ouwe mensen. Zelf ben ik heel gezond en fit. Dat werken is een vlucht, hoor."

[Interview in: Haagse Post 22 september 1979]
 

Het was in Bellevue, bij 'Kras' van Judith Herzberg. Petra Laseur stond op het toneel. Mary Dresselhuys, Merel Laseur en Jeanne Roos zaten naast me. Van het ene op het andere moment viel ik flauw. Zomaar. Daar lag ik. Het zat vol met pers, want het was première. Vanaf het toneel riep Petra: "Is het mamma?". "Nee", riep Merel, "het is Annie". Dat heb ik overigens later pas allemaal gehoord, want ik was helemaal buiten westen. Toen ben ik ook door het décor afgevoerd. Ook een hele goeie scène. Op de brancard in de ambulance kwam ik bij en hoorde ik zeggen: "Nee, in het AMC is geen plaats, misschien in de VU". Toen heb ik geroepen: "Bij mij thuis is nog plaats", maar daar luisterde niemand naar. Ik ben nagekeken en de volgende dag of zo was ik weer thuis. Het was niks. Dus als ik tegenwoordig naar de schouwburg ga, zeg ik: "Als ik flauwval, leg me maar even buiten, dan is het zo weer over."

[Interview in: Het parool 1 oktober 1992]
 

"Nu ik zo slecht zie, is er een aantal jonge acteurs die bij mij stukken komen voorlezen. Die toneelstukken krijg ik als hoorspel in mijn kamer."

[ Vrij Nederland 2 november 1985]
 

"Ik ben een lettermens, mijn boeken zijn mijn vrienden. Eigenlijk kan de wereld me verder gestolen worden, maar geen letters kunnen zien, daar lijd ik onder."

[Interview in: Libelle Nr. 24/ 7 juni 1991]
 

"Ik heb altijd gezegd: ik wil niet ouder worden dan 80, maar ik geloof niet dat ik dat vol kan houden zolang ik nog gezond ben. Het mag best even over de tachtig worden, maar ik wil toch geen 94 worden. Ik heb mijn leven gehad, alles meegemaakt wat ik wilde meemaken, en ik heb zo'n gevoel van 'de party is over en ik wil best naar huis'. Sinds mijn man gestorven is, denk ik: ja, dit is de nazit. Een hele prettige nazit hoor, met veel wijn en veel taartjes, heel gezellig, nooit weg. Maar ik vind het helemaal niet erg om naar bed te gaan, nee hoor."

[Interview in: Vrij Nederland 2 november 1985]