 |
|
 |

Familie - Ouders
"Mijn moeder hield niet van mijn vader. Hij wel van haar. Ze is met hem getrouwd omdat ze mevrouw wou worden. Ze hield als meisje van een onderwijzer, maar als ze daarmee zou zijn getrouwd, was ze juffrouw gebleven. Mijn moeder had een soort koude minachting voor mijn vader, terwijl hij echt een integere en zeer geleerde man was. Hij had geen gevoel voor humor en spot. Dat had zij wel, heel veel. Ik heb haar aard."
[Interview in: Margriet 9 oktober 1981] |
| |
"Met mijn moeder had ik de echte affiniteit, het wezenlijke contact. We konden samen enorm lachen. Voor vader had ik een geweldig respect omdat hij alles wist."
[Interview in: Margriet 9 oktober 1981] |
| |
"Vader was stijf, vrij humorloos, schuchter. Hij had meer sociabel kunnen worden, meer plooibaar, meer menselijk, als-ie niet een vrouw had gehad die 'm uitlachte."
[Interview in: Haagse Post 22 september 1979] |
| |
"Mijn vader, die dan gold als een vrome christen, was een intellectueel en in de tijd tussen mijn geboorte en, zeg, mijn achttiende is hij heel langzaam van zijn geloof gevallen. Hij las Darwin, hij las Freud, hij las Ibsen - dat was natuurlijk een geweldige omwenteling voor zo'n man; hij werd volkomen geabsorbeerd door Darwin met zijn evolutietheorie, en in die tijd begon ik te begrijpen dat hij het heel moeilijk had met zijn preken, met zijn mensen, met zijn evangelie verkondigingen, hè, dat hele Genesis kon je voor hem wel even overboord gooien, dat bestond voor hem eigenlijk niet meer. En toch, er niet uitstappen, want het was tenslotte zijn boterham."
[Interview in: Haagsche Courant 14 februari 1981] |
| |
"Moeder las romans en heeft zich daarmee zeer ontwikkeld, het was een 'Readers Digest' ontwikkeling, maar toch."
[Interview in: Margriet 9 oktober 1981] |
| |
"Mijn moeder werd door al die romans die ze las nogal feministisch voor die tijd. Ze ruide de vrouwen in ons dorp op tegen de mannen. Nou, in vrouwen en meisjesvereniging werd altijd voorgelezen uit de boeken van dat erg christelijke mens, Van Hoogstraaten-Schnoch. Op een keer moest moeder lezen en middenin gooide ze het boek weg en zei: 'bah, misselijk wijf'. Of ze zei: 'Vrouwen moeten dat niet met zich laten doen, ben je gek'. De mannen zaten in de kerkenraad en die kwamen bij vader."
[Interview in: Vrij Nederland 21 december 1968] |
| |
"Het spottende, ironiserende, het lachen om ernstige zaken dat heb ik van mijn moeder geërfd. Ja, ze had actrice moeten worden. Dat was zo’n volkomen misplaatste domineesvrouw in dat kleine dorp. Dat mens had in de grote stad cabaretière moeten zijn."
[Interview in: HN Magazine 23 maart 1985] |
| |
"Ik had een veel te grote binding met m'n moeder. Een veel te grote identificatie met m'n moeder. En als je moeder je tegen je vader probeert op te zetten is dat wat je eigen liefdesrelaties bederft."
|
|