
Algemeen
"We woonden in Berkel en Roderijs en
iedere dag reed ik met zware tassen aan mijn fietsje van Rodenrijs
naar huis. Terwijl mijn man prinsheerlijk in zijn prachtige
auto naar kantoor ging. Daar werd ik toch zo jaloers op! Ik
zei: 'ik wil ook een auto rijden.' Waarop hij zei: 'dat moet
jij niet doen. Want de dingen die er zijn die zie jij niet,
en dingen die er niet zijn zie jij wel.' Ik was zo giftig, dat
ik toch op rijles ging, stiekem. Pas toen ik m'n rijbewijs had
heb ik het hem verteld: 'ik moet je iets heel moois vertellen'.
Hij zei: 'je bent weer zwanger'. 'Nee, ik heb mijn rijbewijs!'.
'O god', zei ie."
[Interview in: Libelle nr. 24, 7 juni 1991] |
| |
|