|


Making
of JZNZ
(20-9-2002)
Frank
Houtappels
(13-9-2002)
Klaas
de Krijger
(6-9-2002)
Loes
Luca
(30-8-2002)
Paul
de Leeuw
(16-8-2002)
setverslag
(14-06-2002)
terug
|
|
 
Jet of Hedda Gabler
"Het klassieke bakvismodel. Dat is Jet," zegt ze
ironisch. Tjitske Reidinga (30) speelde zowel in het toneelstuk
als in de film van Ja Zuster, Nee Zuster de rol van
Jet. Tjitske Reidinga (30) studeerde in 1997 af aan de Amsterdamse
Toneelschool en was sindsdien voornamelijk in het theater
te zien en in het televisieprogramma Het Klokhuis.
Zij speelde zowel het lichtere als zwaarder genre in onder
andere in producties van de Toneelschuur (Pleasure Revenge,
Hollandsche Revue), Het RO Theater (Midzomernachtsdroom),
en het Onafhankelijk Toneel (Trojaanse Vrouwen). Onlangs
ontving zij de Colombine 2002, de prijs voor de beste vrouwelijke
bijrol, voor haar rol van het kindvrouwtje Honey in Wie
is er bang voor Virginia Woolf.
Het bakvistype lijkt bijna een specialiteit te worden? "Ik
wordt liever niet m'n hele leven met een bakvis geassocieerd,
maar als af en toe ook Trojaanse Vrouwen of Hedda
Gabler gespeeld mag worden dan vind ik het wel leuk,"
grinnikt Reidinga. "Het komische ligt me heel na aan
het hart maar af en toe iets tragisch vind ik wel interessant.
In Virginia Woolf speelde ik een kindvrouwtje maar
dat ging wel een stuk dieper dan Jet. Jet is meer een kind,
een bakvisachtig stripfiguurtje en Honey een kindvrouwtje
bij wie je nog wel kan denken: "Kom op voor jezelf. Zeg
wat je denkt!"
Annie-kern
Reidinga raakte betrokken bij de toneelversie van JZNZ na
een toevallig gesprek met degene die de casting deed: "Ik
was aan het repeteren voor een ander stuk. Ze zochten mensen
die goed konden zingen en dansen. Ik raadde Ad Knippels aan
(die in de toneelversie inderdaad de rol van Gerrit kreeg).
Ik dacht geen moment aan mezelf, want ik kan helemaal niet
goed zingen en dansen. Toch kreeg ik het verzoek zelf ook
op de auditie te verschijnen." Verbaasd ging ze naar
de auditie en tot haar nog grotere verbazing kreeg ze de rol
van Jet. "We hadden zo'n plezier tijdens die auditie.
En met zo'n stel maffe muzikanten op het toneel laat je je
schroom bij het zingen wel vallen. Kennelijk dacht regisseur
Pieter Kramer dat het met dat zingen en dansen wel los zou
lopen." En dat was ook zo. Ze kreeg bijzonder goede recensies.
Het script van de toneelversie onderging tijdens de repetities
vele veranderingen: "Ze wilden er in eerste instantie
een gemoderniseerde versie van JZNZ van maken. Zuster
Klivia liep bijvoorbeeld met een mobiele telefoon. Ik houd
daar helemáál niet van. En de anderen van de
groep gelukkig ook niet. Dus uiteindelijk zijn het stuk én
de film heel goeiig jaren '60 gebleven." Zelf kende Reidinga
overigens alleen de liedjes van de oorspronkelijke Ja Zuster,
Nee Zuster. Toen de serie in 1966 werd uitgezonden, was
ze nog niet geboren. Wel groeide ze op met het overige werk
van Annie. "Alles kende ik. Het is me met de paplepel
ingegoten. Ik houd ook erg van dat nuchtere eenvoudige maar
wel poëtische. Bij de Minoes-film is die sfeer
prachtig weergegeven. Ik hoop dat JZNZ ook die Annie-kern
bevat," zegt ze aarzelend.
Omschakeling
Op het moment van het gesprek heeft Reidinga de definitieve
versie van de Ja Zuster, Nee Zuster film namelijk nog
niet gezien. Een ruwe versie zag zij al wel: "Het was
wel even schrikken toen ik mezelf zo groot als een woonboot
over het scherm zag schuiven. Dat had ik nooit eerder gezien."
Nu ja... bijna nooit. Eerder had Tjitske al een piepklein
figurantenrolletje in De Zeemeerman (1996): "Maar
die film staat bekend als het dieptepunt in de Nederlandse
filmhistorie, dus mijn deelname daaraan verzwijg ik altijd
maar liever," zegt ze lachend.
Het toneelstuk en de filmversie van Ja Zuster, Nee Zuster
ziet Reidinga als twee totaal verschillende producties.
"Decors, muziek, en een groot deel van de acteurs zijn
in de film anders dan in het toneelstuk. In het toneelstuk
waren de decors van Rieks Swarte, dus in een beetje naïeve
stijl, en we speelden met een klein bandje op het podium.
Zingen en dansen deden we allemaal zelf. De film is grootser,
meer als een musical aangepakt met professionele dansers en
zangers." Ook het acteren vergde aanpassing. "Voor
een film moet het toch allemaal wat kleiner dan wanneer je
voor een zaal met duizend man staat. Maar de rollen blijven
archetypes. Gelukkig moesten Paul R. Kooij (de Boze Buurman)
en Loes Luca (Zuster Klivia) diezelfde omschakeling van toneel
naar film maken, dus daar hebben we het veel over gehad."
Vijf liter water per dag
Dat Reidinga ook in de film zou meespelen stond lang niet
vast. "Dat ging niet automatisch, alleen van Paul R.
Kooij en Loes Luca was het bij voorbaat zeker. Maar voor sommige
rollen had Pieter Kramer andere ideeën." En evenmin
was duidelijk of er uitsluitend voor bekende gezichten zou
worden gekozen. "Ik ben natuurlijk helemaal niet bekend
bij het grote publiek. Ik zou het wel erg gevonden hebben
als bijvoorbeeld ineens Kim van Kooten de rol van Jet zou
hebben gekregen. Niet omdat Kim van Kooten niet goed is, maar
ik heb die rol helemaal zelf gemaakt. In de televisieserie
bestond Jet nauwelijks."
Niet iedereen in de film zingt zelf zijn liedjes. Of Tjitske
zelf zou zingen bleef ook lang onduidelijk. "Waldemar
(Torenstra, Gerrit) en ik moesten eens als test samen het
opgewekte liedje Duifies zingen. Maar dat wisten wij tot zo'n
somber Russisch Wolga lied te vervormen dat je iedereen van
ellende naar de WC zag vertrekken," vertelt ze vrolijk.
Voor Gerrit werd een andere stem gevonden maar Tjitske moest
zelf zingen. "Ze konden niemand met zo'n slome nasale
stem vinden als de mijne," lacht ze. "Al die meisjes
die werden aangerukt zongen prachtig hoog en helder. Maar
dat zou weer te veel contrasteren met mijn spreekstem."
Ze kreeg drie zanglessen, waar ze als voornaamste advies kreeg
vijf liter water per dag te drinken en veel vitamine B te
slikken om 'de boel los te maken': "Dus ik heb me weken
volgegoten met van die grote Bar le Duc pakken en toen op
naar zo'n professionele zangstudio. Eng was het wel. Maar
het resultaat valt me mee. Ik heb in elk geval gedaan wat
ik kon."
Spelletje
In de toekomst zou Reidinga wel vaker willen filmen. "Maar
dit is de eerste keer dat ik in een film speel. En dan ook
nog in een heel speciaal genre. Ik denk niet dat er nu wordt
gedacht: we gaan die Tjitske eens vragen voor een diep psychologische
rol." Zou ze dat willen? "Jazeker. Zoals gezegd
mijn hart ligt bij het komische maar af en toe ga ik ook op
zoek naar de tragiek. Het is of het één of het
ander. Niets er tussen in. Of nuchter en eenvoudig, wat ik
ook zo bewonder in Annie's werk of te zien is in een film
als Happiness, of de totale overdaad zoals in bijvoorbeeld
Moulin Rouge. Ik hoop dat Ja Zuster Nee Zuster een
combinatie van deze twee uitersten is."
Reidinga's verlangen naar tragiek zal deze winter worden
vervuld. Theu Boermans van de Theatercompagnie vroeg haar
onlangs om het komende seizoen de rol van Hedda Gabler te
spelen. Niet bepaald een komische rol. "Nee, ik dacht
dan ook, heeft hij wel de goede voor zich? Ik heb die rol
alleen maar door Wil van Kralingen gespeeld zien worden. Met
grote blauwe waterlanders twee uur lang op het toneel. Ik
heb al uitgelegd dat dat bij mij niet verwacht kan worden."
Boermans bleek tot haar opluchting iets anders in zijn hoofd
te hebben. En dat kwam goed uit, want Reidinga houdt loodzwaar
toneel niet al te lang vol: "Als ik vijftien minuten
ellende op het toneel zie, denk ik al: zullen we nu maar een
spelletje gaan doen?"
|
|