Home Terug Terug Terug WinkelWebwijzer

Extra JeugdeditieDe week met AnnieHet volle levenKleuren en luisterenElke week vers
WeekpuzzelVerzoekplaatForumHet schaap VeronicaDe groeten uit KillendoornJa Zuster Nee Zuster

 

Making of JZNZ
(20-9-2002)

Frank Houtappels
(13-9-2002)

Klaas de Krijger
(6-9-2002)

Loes Luca
(30-8-2002)

Tjitske Reidinga
(23-8-2002)

setverslag
(14-06-2002)

terug

 

 

Alwéér die Belinda's...

Paul de Leeuw heeft Annie Schmidt één keer ontmoet. Het kwam toen niet tot een gesprek: "Ze keek wel mijn kant op, maar ze was al zo blind dat ze me volgens mij niet eens gezien heeft. Ik heb ook geen idee wat ze van me gevonden zou hebben..."

Wat heb jij met Annie?
"Tja, als je slimme ouders hebt, dan word je gewoon met Annie M.G. Schmidt opgevoed. Het eerste boek dat ik van haar las was Minoes, dat vond ik prachtig. Jip en Janneke heb ik waarschijnlijk ook wel voorgelezen gekregen, maar daar weet ik niks meer van. Later ben ik de andere boeken gaan lezen - Pluk natuurlijk - en de versjes, zoals Het fluitketeltje en Het schaap Veronica."

Toch lijkt het erop dat je vooral een liefhebber bent van Annie's werk voor het theater.
"Ja, dat klopt, het zal wel door mijn vak komen. Vanaf Wat een planeet, die ik op de televisie zag, ben ik alle musicals in het theater gaan bekijken. Foxtrot, Madam, De dader heeft het gedaan, Ping ping - ik heb er niet één gemist. En ik hou ook ontzettend van de liedjes. Margootje door Wim Sonneveld..."

Wat waardeer je zo in het werk van Annie? Is het haar toon, de beroemde 'brutaliteit'?
"Ach, die brutaliteit valt reuze mee. Je moet dat natuurlijk in de tijd zien, maar toch. Nee, ik hou van haar vondsten, die unieke manier waarop ze de dingen weet op te schrijven. Ze heeft bijvoorbeeld een liedje over een moeder die bij haar zoon canard à l'orange moet eten, dat is zo geweldig. Dat gaat van... eh... (neuriet even zacht en begint dan uit zijn hoofd vrijwel de hele tekst voor te dragen

't Was in mijn drift dat ik het deed,
dat ik 'n dooje botulisme-eend
bij hun naar binnen smeet
met nog 'n sinaasappel
d'r achteran.
Ik riep: hier heb je het dan!
DAAR!
Hier is je canard
à l'orange bij je thuis!
('Ze hadden gelijk' uit: Je moet ermee leren leven)

Een andere schrijver zou voor zo'n scène vijf pagina's nodig hebben. Annie doet dat schijnbaar moeiteloos in een paar zinnen - 'een dooje botulisme-eend', kom er maar op! Daar heb ik grote bewondering voor. Daarnaast heb je bij de meeste liedjes ook nog eens de prachtige melodieën van Harry Bannink."

Heb je na de dood van Annie ook de 'nieuwe' projecten gevolgd: de films Abeltje en Minoes, de toneelversie van Ja Zuster, Nee Zuster?
"Ja, Abeltje heb ik op video gezien. Na een half uur heb ik 'm uitgezet - ik vond er niks aan. Minoes vond ik wel heel goed. En Ja Zuster, Nee Zuster was voor mij het hoogtepunt van het theaterseizoen 1999-2000."

Hoe raakte je betrokken bij de film?
"Ik ken Pieter Kramer en Loes Luca vrij goed - met Pieter zit ik in een eetclubje. Toen ik hoorde dat ze na het succes van het toneelstuk dachten aan een film, heb ik gezegd dat ik wel een klein rolletje wilde doen. Ik dacht: met mijn drukke agenda zal het er toch wel niet van komen."

Een klein rolletje? Je bent toch flink in beeld.
"Ik deed een test met Loes Luca en Paul R. Kooij en die beviel zo goed, dat ze besloten de rol uit te breiden. Mijn rol is nu meer een onderdeel van het verhaal, ik ben zelfs bij de ontknoping betrokken. Dat is natuurlijk wel erg leuk. Toch blijft het voor mij maar een bijrol, hoor. Het voelt dus wat vreemd dat ik nu zo groot op de poster sta, terwijl Waldemar Torenstra (Gerrit) en Tjitske Reidinga (Jet), die veel grotere rollen hebben, nauwelijks genoemd worden."

Je speelt in de film een behoorlijk 'nichterig' type: de prototypische kapper Wouter, die Belinda's rookt. Het is een sterk contrast met de homoseksuele nachtclubartiest Jules in Foxtrot. Hoe beviel dat?
"Ha, alwéér die Belinda's! Je bent al de derde die daar vandaag over begint! Het was vreselijk leuk om zo'n type te spelen, ik had dat inderdaad nog niet eerder gedaan. Ik deed maar méér en méér en Pieter Kramer vond het allemaal ontzettend grappig. Ik zei bijvoorbeeld een keer heel nichterig "...of iets van gelijke strekking," en dat werd meteen een soort 'gimmick' van Wouter. Ik vertrouwde de hele tijd blind op Pieter, die wist precies wat hij wilde en zo lang hij het goed vond, ging ik ermee door. Toch heb ik ook mijn best gedaan om van Wouter een man met een eigen tragiek maken, bijna een soort Bob de Rooy. Hij is bijvoorbeeld echt teleurgesteld in de manier waarop hij door Boordevol behandeld wordt."

Ben je niet bang dat de film iets teveel 'camp' is geworden?
"Ik heb hem nog niet gezien, dus ik kan daar geen oordeel over geven. Ik hoop wel dat de 'campy' nichtentoon niet tégen de film gaat werken. In de losse scènes die ik gezien heb, leek het allemaal wel mee te vallen. Maar van mensen die de film al gezien hebben, hoorde ik dat het liedje Duifjes bijvoorbeeld érg prettig is om naar te kijken als je homoseksueel bent (Gerrit zingt dat voor Jet, slechts gekleed in zijn onderbroek). Arme Jet... (grinnikend) maar ja, misschien is Gerrit wel biseksueel. Pieter Kramer was in ieder geval heel vastberaden dat het zo moest en dat waardeer ik in hem: zonder compromissen de film maken die je wilt maken. En als ze het in Hengelo niks vinden? Jammer dan! Maar het moet wel werken: het publiek moet straks opgewekt de bioscoop uitkomen. Als dat lukt, dan is de film wat mij betreft geslaagd."

 

 

Extra JeugdeditieDe week met AnnieHet volle levenKleuren en luisterenElke week vers
WeekpuzzelVerzoekplaatForumHet schaap VeronicaDe groeten uit KillendoornJa Zuster Nee Zuster