|
De haan wou hogerop
'Ik kan het hoogste vliegen van alle hanen ter wereld,'
zei Kokkelu. En alle kippen uit het hok keken eerbiedig naar hun heer
en meester en zeiden: 'Jawel, dat is zo, tok tok tok!'
'Kijk maar eens,' zei Kokkelu, de haan, 'hoe verschrikkelijk hoog ik vlieg,'
Hij ging op zijn tenen staan, kraaide heel hard en vloog toen een paar
meter hoog, tot boven op het kippenhok. 'Heb je 't gezien?' schreeuwde
hij, 'hebben jullie 't allemaal gezien?'
'Jawel,' zeiden de kippen eerbiedig. 'Het is heel erg hoog.' Kokkelu,
de haan, zette zijn borst vooruit en wilde nog eens triomfantelijk kraaien,
maar het kukeleku bleef hem in de keel steken. Want wat zag hij daar,
toen hij zo met zijn kop achterover boven op het kippenhok stond? Hij
zag in de verte een haan, ja zeker een haan, die nog veel hoger was gevlogen
dan hij, die haan zat helemaal op de kerktoren, bovenop.
|