|
Op het parkeerterrein
Het was vroeg in de ochtend en de zon scheen.
Tos en Otje hadden die nacht in de auto geslapen, ieder in hun slaapzak
en nu zaten ze te ontbijten en ze strooiden kruimeltjes voor de
vogeltjes.
Ze stonden nog steeds op het parkeerterrein. Binnen in de bestelwagen
zaten Lodewijk en nicht Suzie onder een vergiet. Het was te gevaarlijk
om ze los te laten. Er zwierf een kat in de buurt.
Lodewijk was ongeduldig en piepte: 'Ik wil de wijde wereld in. Ik
wil op zoek gaan naar het land Musopia. Het land zonder muizenvallen
en zonder katten!'
'Nu nog even niet,' zei Otje. 'Wees blij dat je veilig binnen bent.'
'Otje, m'n kind, al heb ik dan geen papieren en weinig geld, toch
voel ik me fijn vandaag,' zei Tos.
'Het is hier zo rustig en jij kunt rolschaatsen. Waarom zouden we
eigenlijk niet hier blijven?'
|