|
Ze sprak heel keurig en damesachtig. Maar wat was
ze nat. Het rode haar viel in piekerige sliertjes om haar hoofd
en haar mantelpakje was druipnat en gekreukeld.
En ineens had hij zo'n medelijden met haar. Precies een zielige
halfverzopen poes. Een aanloopkat!
'De visjes zijn helaas op,' zei Tibbe. 'Maar als u zo'n honger hebt...
ik heb wel een scho...' Bijna had hij gezegd: een schoteltje melk.
'...een bekertje melk voor u.
En
een boterhammetje misschien? Met sardientjes?' 'Erg graag,' zei
ze beleefd, maar intussen keek ze scheel en woest van de honger.
'Legt u dat dan maar terug,' zei Tibbe en hij wees op de
graat die ze nog in haar hand had.
Ze gooide de graat in de pedaalemmer. En daar zat ze dan schuw en
nat op de keukenstoel toe te kijken hoe Tibbe een blikje sardines
openmaakte.
'Mag ik misschien weten hoe u heet?' vroeg Tibbe.
|