|
Hoofdstuk 2: Een aanloopkat (fragment)
Met Tibbe ging het niet goed. Hij liep heen
en weer over zijn zolder, ging nu en dan aan de schrijfmachine zitten,
verscheurde dan woedend alles wat hij getikt had en rommelde in
alle laatjes op zoek naar
zijn pepermuntjes. Hij had het idiote idee dat hij zonder pepermuntjes
niet kon denken en niet kon schrijven, maar ondertussen werd het
later en later.
'Eigenlijk zou ik de straat weer op moeten gaan,' zei hij. 'Om te
kijken of er ergens iets gebeurt. Waar ik over schrijven
kan. Maar ik denk dat er met dit weer niemand meer op straat is.
Wat vreemd dat Fluf zo lang op het dak blijft. Meestal komt hij
veel gauwer terug. Ik denk dat ik maar ga slapen. Morgen ga ik naar
de baas. En ik zal zeggen: "Het spijt me, u hebt gelijk, ik deug
niet voor de krant." Hij zal dan zeggen: "Inderdaad, het lijkt me
het beste dat je naar iets anders uitkijkt." En dat is dan dat.
Ik ga een ander baantje zoeken.' Er was een zacht geluid in de keuken.
De pedaalemmer.
|