|
Op de achterkant van dit
boek staat:
Juffrouw Minoes was vroeger een poes. Ze spint,
krabt, geeft kopjes en houdt nog steeds van vogeltjes. Als ze op
straat een grote hond ziet wil ze nog wel eens snel in een boom
klimmen. En ook al ziet ze eruit als een gewoon meisje, toch zingt
ze af en toe nog de Mauw-mauwsong en spreekt ze nog prima ‘kats’.
Dat laatste komt haar baas Tibbe, die in de krant schrijft, goed
van pas. Iedere nacht komen de katten uit de stad samen en bespreken
alle nieuwtjes. Zo komt Tibbe via Minoes heel wat verborgen en geheime
zaken te weten. Dat geeft weliswaar grote moeilijkheden, maar dankzij
Minoes en haar vele kattenvrienden loopt alles goed af.
|