|
Een buis op straat
Er zijn mannen op straat. Ze zijn aan het werk. Ze
leggen een groot ding neer. Een gek groot ding. En dan gaan ze weer weg.
Kijk! roept Janneke. Het is een buis.
Een
stuk buis! zegt Jip. Wat groot! Ik kan er best in. En Jip kruipt in de
buis. En Janneke kruipt ook in de buis. Aan de andere kant. Want je kan
er aan twee kanten in.
Als het nou regent, zegt Jip, dan zitten we droog.
Maar het regent niet, zegt Janneke.
Nee, het regent niet. Dat is jammer.
Maar het is een huisje, zegt Jip. We kunnen erin wonen.
En dan haalt Janneke de beer. En Poppejans. En Jip haalt Takkie. En ze
gaan allemaal in het huisje. Daar zitten ze. En het gaat fijn regenen.
O, wat een leuk huisje. En de regen zegt: tik-ke-tik
|