|
Beer valt uit het vliegtuig
Jip is naar Schiphol geweest, met vader. Hij heeft
daar vliegtuigen van heel dichtbij gezien. Ze zijn nog groter dan ons
huis, vertelt hij. Ze zijn zo groot als van hier tot aan de kerk.
Dat kan niet, zegt Janneke. Want in de lucht zijn ze maar zóóó klein.
Toch is het zo, zegt Jip. En er zitten mensen in. En voorin zit de piloot.
Zullen we vliegtuigje spelen?
Ze zetten stoelen achter elkaar. En de pianokruk is het stuur. Janneke
mag mee als mevrouw en de beer en Poppejans zijn haar kinderen. Jip is
natuurlijk de piloot.
Zal je voorzichtig rijden, piloot? vraagt de mevrouw.
Rijden? vraagt de piloot. We rijden niet, we vliegen.
Zal je zorgen dat mijn kindertjes niet naar beneden vallen? vraagt de
mevrouw weer.
Ik zal ervoor zorgen, mevrouw, zegt de piloot. En als ze eruit vallen
dan hebt u hier een parasjuut. Bind ze daar maar aan vast, mevrouw.
Daar gaan we dan. Brrr-br-brrr-brrrr... daar gaat het vliegtuig de lucht
in
|