|
De kerstman
Het was bijna Kerstmis. Ze waren bezig de kerstboom prachtig op te tuigen. Ibbeltje kwam met de grote doos vol kerstversierseltjes en daar waren zulke prachtige dingen bij. Alles glinsterde en straalde en fonkelde en moeder kwam met een grote zak vol suikerkransjes in groen en geel en roze.
'Geef de keukentrap maar aan,' zei vader, 'dan zet ik de piek erop.'
'O, wat wordt-ie mooi,' zuchtte Ibbeltje. 'O, wat prachtig.'
Een gouden slingertje hier,
een zilveren belletje daar,
en hier is een prachtige witte ster
en hier nog wat engelenhaar.
Een klein rood klokje in 't groen,
wat wollige sneeuw d'r op,
dan steken we strakjes de kaarsen aan
en nu nog een piek in de top.
Een gouden slingertje hier,
een zilveren belletje daar,
en dan nog een engeltje bovenin
en dan is hij eindelijk klaar.
Ding dong, belletjes luiden,
ding dong, suikeren krans,
nog een rood lintje,
pinkel en twinkel en glans.
|