|
De diepvriesdames (fragment)
Er was eens een kapper die 's maandags vrij had en
dan alle bezienswaardigheden ging bekijken. Hij was al naar het museum
geweest en naar de tentoonstelling en naar de echoput en toen wist hij
niets meer.
'Waar moet ik vandaag heen?' vroeg hij zich af op maandagmorgen. 'Wacht, ik kon wel eens naar het koelhuis gaan, waar de diepvrieskabeljauw bewaard wordt. Misschien is het niet een echte bezienswaardigheid, maar het is tenminste iets.'
Het koelhuis stond een heel eind buiten de stad en hij reed er met zijn autootje naartoe. Daarbinnen was het frisjes. Twintig vrouwen waren bezig stukken kabeljauw in te pakken en ze hadden het zo druk dat ze hem niet eens opmerkten.
Dit is nog niet de echte diepvries, dacht de kapper. Ik moet wat verder het gebouw in. Hij volgde een paar mannen die grote kisten vis wegdroegen. Ze hadden hele dikke jassen en leren handschoenen aan en wollen kappen op, en dat moest ook wel, want in de grote diepvriesruimte was het veertig graden onder nul.
|